Leukemie – belangrijkste symptomen en behandeling

Leukemie is een verzamelnaam voor verschillende soorten bloedkanker. De naam stamt af van de Griekse betekenis, “wit bloed”. De ziekte zit in de witte bloedcellen. Leukemie wordt gekenmerkt door wijdverspreide ongecontroleerde vermenigvuldiging van grote aantallen abnormale bloedcellen, meestal de witte bloedcellen.  Andere organen die ook aangetast kunnen worden aangetast zijn lymfeknopen, de milt en lever.


De belangrijkste symptomen van Leukemie zijn:

  • Bleekheid. Door de verminderende aanmaak van rode bloedcellen in het beenmerg, ontstaat bloedarmoede.
  • Moeheid. Dit verschijnsel treedt vaak op bij bloedarmoede. Bij een tekort aan rode bloedcellen is de aanvoer van zuurstofvia het bloed verminderd, waardoor de weefsels onvoldoende zuurstof onvoldoende zuurstof ontvangen.
  • Bloedingen. Dit kunnen bijvoorbeeld zijn: Bloedneuzen, kleine puntvormige paarsrode plekjes in de huid, blauwe plekken en het lang nabloeden van wondjes. De oorzaak hiervan is de verminderde aanmaak van bloedplaatjes.
  • Koorts.  Hiermee wordt bedoeld een lichaamstemperatuur van 38C of hoger. Leukemie patiënten zijn veel vatbaarder voor infecties doordat de productie van de witte bloedcellen  veel minder is.
  • Infecties. Dit zijn 1 van de eerste verschijnselen van Leukemie. Dat komt doordat er te weinig functionerende witte bloedcellen zijn, ook wel leukocyten genoemd.
  • Botpijnen. De Leukemie patiënten klagen vaak over pijnen in armen of benen, vooral ‘s nachts. Dit wordt mogelijk veroorzaakt door het feit dat er ingroei vanuit de mergholte in het bot ontstaat, met aantasting van het botvlies.
  • Klierzwellingen. De klieren in de hals, oksels en liezen kunnen opgezet zijn.
  • Zwelling van lever en milt. Dit kan meestal alleen door de arts worden geconstateerd.
  • Deze verschijnselen hoeven niet allemaal tegelijk aanwezig te zijn! De meeste patiënten vertonen slechts enkele van deze symptomen.

Doe hier een checklist. Let wel, deze is ter indicatie!


Het normale beenmerg

Het normale beenmerg is weefsel dat ligt in de mergholten van de beenderen. Het bestaat uit een netwerk van vezels waartussen stamcellen liggen. Naast stamcellen bevinden zich vetcellen in het beenmerg. De stamcellen zijn in staat om uit te groeien tot verschillende bloedcellen: rode bloedcellen (erytrocyten),  witte bloedcellen (leukocyten) en bloedplaatjes (trombocyten).

Hierdoor is het beenmerg eigenlijk de fabriek van waaruit de bloedvorming plaatsvindt. Dit gebeurt voornamelijk in de schedel, het borstbeen, de ribben, de wervels, het bekken, de bovenarmen en de bovenbenen. Het fabricageproces in het beenmerg moet ervoor zorgen dat deze voorstadia zich op de een of andere manier ontwikkelen tot de eindproducten die we al kennen: de rode bloedcellen, de witte bloedcellen en de bloedplaatjes. Wanneer deze eindproducten “klaar” zijn, worden ze door het beenmerg aan het bloed afgestaan. Pas in het bloed kunnen ze hun functie uitoefenen.

De ontwikkeling van onrijpe bloedcel naar rijpe bloedcel gebeurt door deling en rijping. De cellen vermenigvuldigen zich door deling. Wanneer de cel een bepaalde grootte heeft bereikt, deelt hij zich in twee kleinere cellen, die op hun beurt weer uitgroeien en zich vervolgens weer gaan delen. Zo deelt een onrijpe cel (blast) zich ook. Tegelijk met dit delingsproces blijken deze delende blasten geleidelijk ook volwassener, rijper te worden. Tijdens het delen gaat ze steeds meer lijken op het rijpe eindproduct. Het vermenigvuldigen van de cellen gaat niet steeds in hetzelfde tempo door. In werkelijkheid past het productieproces zich aan, aan de behoefte van het lichaam. Wanneer het lichaam gezond is, worden de bloedcellen in een bepaald tempo geproduceerd, afhankelijk van het tempo waarin ze in de bloedstroom verdwijnen. Is er ergens een infectie waardoor er meer witte bloedcellen nodig zijn, dan reageert het beenmerg hierop door de productie op te voeren: men ziet grotere hoeveelheden delende en uitrijpende blasten. Is de infectie genezen, dan wordt het aantal delende/rijpende blasten snel minder.


Het beenmerg bij Leukemie

Bij Leukemie blijken de blasten zich wél te kunnen delen, maar ze hebben het vermogen tot rijping verloren. Daarom zijn dit abnormale blasten. Zij delen zich telkens weer in andere blasten, maar bereiken nooit het stadium van rijp bloedlichaampjes. Bij leukemie blijkt het lichaam geen greep meer te hebben op deze op hol geslagen productie: de ziekelijke blasten delen zich eindeloos door, zonder zich enorm te bekommeren of hun producten al dan niet nodig zijn. Maar hun producten zijn helemaal niet nodig omdat een blast in ons lichaam helemaal geen functie heeft. Alleen rijpe bloedlichaampjes hebben een functie. En wanneer één celsoort zich verkeerd gaat delen, kan die zich helemaal uitgebreid gaan vermenigvuldigen, en zal na enige tijd het beenmerg gevuld zitten met nutteloze cellen. Na verloop van tijd  komt dan de oorspronkelijke productie van rode en witte bloedcellen en bloedplaatjes stil te liggen. Ten slotte zal het beenmerg al deze zieke blasten niet meer kunnen vasthouden in het merg en zullen ze worden losgelaten in de bloedstroom. Wanneer men in dat stadium een bloedonderzoek uitvoert, kan men het volgende vinden: een verlaagd aantal rode bloedcellen, een verlaagd aantal normale witte bloedcellen, een verlaagd aantal bloedplaatjes. In een vroeg stadium van de ziekte kunnen deze afwezig of slechts in kleine mate in het bloed aanwezig zijn. Later kunnen zich grote hoeveelheden blasten in het bloed bevinden.


Behandelen van Leukemie

Leukemie bij kinderen is in veel gevallen te genezen. Dit is niet zo bij volwassenen. Bij de behandeling wordt gebruik gemaakt van bepaalde medicijnen die tot de groep der cytostatica (celremmers) behoren. De meeste van deze middelen werken op delende cellen. De cytostatica hebben alle met elkaar gemeen dat het sterk werkende geneesmiddelen zijn, die allemaal min of meer onaangename bijwerkingen kunnen hebben. Dit komt omdat ze niet alleen de leukemische cellen in het lichaam beschadigen en vernietigen, maar ook de gezonde lichaamscellen kunnen aantasten. De dosis van een dergelijk middel moet dus telkens zo gekozen worden dat de kwade cellen worden vernietigd, maar de patiënt er zo min mogelijk last van heeft.

De aanvalsbehandeling dood de leukemische cellen voor een groot deel, zodat het beenmerg zijn normale taak kan hervatten.

De behandeling van het centrale zenuwstelsel heeft als doel de uitbreiding van de ziekte in de hersen- en ruggenmergvliezen te voorkomen. Als derde fase is er de onderhoudsbehandeling. Deze is bedoeld om het bereikte resultaat vast te houden en geleidelijk verder te verbeteren, totdat de totale genezing is bereikt.

Het hangt uiteraard van het type Leukemie af hoe de behandeling precies zal geschieden. Verschillende typen Leukemie worden op verschillende manieren behandeld.